Ellen Sophie Spangenthal-Daniel vertelt over haar zorgeloze jeugd tot 1939.

Lou van Coeverden vertelt over een voetbalkampioenschap.

Mirjam Gerzon vertelt over haar ervaring met sportclubs en discriminatie tijdens de oorlog.

Route 1: In onze vrije tijd

Door de anti-joodse wetten die de bezetter invoerde werd het vanaf 1941 voor joden in Nederland onmogelijk om een gewoon leven te leiden.

Joden werden steeds meer uitgesloten van het openbare leven. Ze mochten bijvoorbeeld niet meer naar het zwembad of de bioscoop. Zelfs het park en het strand werden ‘verboden voor joden’. Vanaf 1942 mochten verenigingen (zoals voetbalclubs) geen joodse leden meer hebben.

Route 1: In onze vrije tijd

Wat doe jij in je vrije tijd? Wat mag je en wat mag je niet doen? Wie bepaalt dit?

Kijk en luister nu naar Ellen Sophie, Lou en Mirjam. Zij overleefden de oorlog en vertellen over hun vrije tijd vóór en tijdens de oorlog.

Route 1: In onze vrije tijd

Je hebt nu de verhalen gehoord van Ellen Sophie, Lou en Mirjam. Wat betekende ‘vrije tijd’ voor hen? Schrijf de eerste 3 woorden die in je opkomen op.

Route 2: Op school

Tot september 1941 zaten joodse kinderen nog bij niet-joodse kinderen in de klas en speelden en leerden ze samen. Een nieuwe wet bepaalde dat joodse kinderen niet meer naar openbare scholen mochten. Er werden speciale joodse scholen opgericht.

Hermina Van Gessel-Van Dam vertelt hoe zij op school werd gepest omdat ze joods is.

Ellen Sophie Spangenthal-Daniel vertelt over haar ervaringen als joodse leerling vóór en tijdens de oorlog.

Route 2: Op school

Je hebt nu de verhalen gehoord van Hermina en Ellen Sophie. Wat betekende ‘school’ voor hen? Schrijf de eerste 3 woorden die in je opkomen op.

Route 2: Op school

Vind jij het leuk om naar school te gaan? En als het ineens niet meer mocht? Wat zou je dan missen?

Kijk en luister nu naar Hermina en Ellen Sophie. Zij overleefden de oorlog en zaten tijdens de oorlog op school.

Route 3: Op straat

Alle joden of personen met ten minste één joodse grootouder moesten zich vanaf 10 januari 1941 laten registreren bij het gemeentehuis. Later, in april 1941, werd het ook verplicht voor joden om een grote letter J in hun persoonsbewijzen (tegenwoordig: paspoorten) te laten stempelen. Vanaf mei 1942 werd het voor joden vanaf 6 jaar verplicht om op straat een gele Jodenster te dragen.

Route 3: Op straat

Wat doe jij buiten op straat? Voel je je veilig?

Kijk en luister nu naar Bob, Frederika, Helmuth en Samuel. Zij overleefden de oorlog en vertellen wat hen op straat is overkomen.

Bob van Beets vertelt over antisemitisme op straat in 1933.

Frederika Knoop vertelt over een incident op straat tijdens de oorlog.

Helmuth Noach vertelt over de Jodenster.

Samuel Boas vertelt hoe hij als kind werd gedeporteerd.

Route 3: Op straat

Je hebt nu de verhalen gehoord van Bob, Frederika, Helmuth en Samuel. Hoe voelden zij zich op straat? Schrijf de eerste 3 woorden die in je opkomen op.

Route 4: Onze tradities

Religieuze joden gaan naar gebedsdiensten en bijeenkomsten in een synagoge (of: sjoel). Tijdens de oorlog werden al deze gebouwen geplunderd en werd het gebruik ervan onmogelijk gemaakt. Hierdoor konden joden niet meer vrij hun religie uitoefenen.

Route 4: Onze tradities

Ben jij gelovig? Wat vind jij het leukst aan jouw geloof? Ben jij niet gelovig? Heeft jouw familie een traditie die je belangrijk vindt?

Kijk en luister nu naar Meier, Willy en Nelly. Zij overleefden de oorlog en vertellen over hun ervaringen met religie vóór en tijdens de oorlog.

Meier Bueno de Mesquita vertelt hoe zijn familie sjabbat vierde.

Willy Bont vertelt over religie in zijn familie.

Nelly Kalfsbeek vertelt over haar onderduik bij gelovige christenen.

Route 4: Onze tradities

Je hebt nu de verhalen gehoord van Meier, Willy en Nelly. Wat betekende ‘religie’ voor hen? Schrijf de eerste 3 woorden die in je opkomen op.

Route 5: Ons huis

Vanaf 1941 moesten joden in Nederland steeds meer van hun bezittingen inleveren: radio's, fietsen, geld en waardevolle bezittingen. Daarnaast werden vanaf 1942 steeds meer joden verplicht hun huizen te verlaten. Hun woningen kwamen leeg te staan en werden leeggehaald en geplunderd door de Duitse bezetter, maar ook door de buren. Tijdens deze periode probeerden steeds meer joden onder te duiken. De meeste joden werden weggevoerd naar concentratie-en vernietigingskampen.

Route 5: Ons huis

Wat betekent 'thuis' voor jou? Schrijf de eerste 3 woorden die in je opkomen op.

Kijk en luister nu naar Carla, Hermina, Renée en Bob. Zij overleefden de oorlog en vertellen hun verhalen over thuis.

Carla Kaplan-Gobitz vertelt over de laatste Sinterklaasavond met haar familie.

Hermina van Gessel-van Dam vertelt hoe haar broer thuis gearresteerd werd.

Renée Blitz vertelt over haar relatie met haar ouders en pleegouders tijdens de onderduik.

Bob van Beets vertelt over zijn terugkeer na de oorlog.

Route 5: Ons huis

Je hebt nu de verhalen gehoord van Carla, Hermina, Renée en Bob. Wat betekende ‘thuis’ voor hen? Schrijf de eerste 3 woorden die in je opkomen op.

Introductie

In deze route leer je aan de hand van bronnen (documenten en foto’s) over de anti-joodse maatregelen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ingevoerd. Het proces van uitsluiting ging stap voor stap en leidde uiteindelijk tot de moord op de meer dan 100.000 joodse burgers van Nederland.

Gedwongen ontslag uit overheidsdienst (1/14)

Nederland is gedurende vijf jaar bezet geweest door nazi-Duitsland. Iedereen die in dienst van de Nederlandse overheid werkte moest een verklaring tekenen dat hij of zij een ‘Ariër’ was. De term ‘Ariër’ werd door de Nazi’s gebruikt om mensen aan te duiden van het zogenaamd superieure Germaanse ras. Joden behoorden volgens de Nazi-ideologie niet tot dit ras. Hier zie je zo’n Ariërverklaring. Als je geen ‘Ariër’ was, kon je je baan verliezen. Joden werden dan ook massaal uit overheidsdienst ontslagen.

Bij sommige beroepen in Nederland moet je je ten opzichte van andersdenkenden neutraal opstellen, denk bijvoorbeeld aan een rechter of een politieagent. Wat vind jij: kun je tegelijk neutraal je werk uitvoeren en je religie of politieke voorkeur tonen?

Bioscopen verboden voor joden (2/14)

Tijdens de bezetting namen ook bedrijven anti-joodse maatregelen. De Nederlandse Bioscoopbond verbood joden vanaf 1 januari 1941 de toegang tot de bioscoop. Bioscopen moesten zelf een bordje ophangen waarop stond ‘Verboden voor joden’, zoals hier bij de City Bioscoop in Amsterdam. Als protest tegen deze maatregel gingen sommige mensen niet meer naar de bioscoop. Zij hielden een boycot. De meeste mensen bleven wel gaan.

Registratieplicht voor joden (3/14)

Iedereen met tenminste één joodse grootouder werd als jood beschouwd en moest zich vanaf 10 januari 1941 laten registreren. Of je wel of niet gelovig was deed er niet toe. Registratie kostte een gulden. Vrijwel alle joden gaven er gehoor aan. Je ziet hier drie bewijzen van mensen (Emile Albert Brandon Belmonte, Sophia de Vries en Daniel Alon Nijburg) die zijn aangemeld. Later, in april 1941, werd het voor joden ook verplicht een grote letter J in hun persoonsbewijzen te laten stempelen. Mede door deze verplichte administratie werd het veel moeilijker om onder te duiken of verzet te bieden.

Tegenwoordig mag niet meer geregistreerd worden welk geloof iemand aanhangt. Kun je andere manieren bedenken waarop instanties dit toch te weten kunnen komen?

Joodse buurt in Amsterdam wordt afgezet (4/14)

Al voor de oorlog bestond er in Amsterdam een zogenaamde Jodenbuurt, een wijk waar relatief veel joden woonden. Begin 1941 werd deze buurt afgezet met prikkeldraad. Al snel werd de afzetting weer weggehaald, mede omdat bleek dat er ook veel niet-joodse Amsterdammers in deze buurt woonden en werkten. Er bleven wel borden staan waarop Judenviertel (vertaald: Joodse wijk) stond. Op de foto’s de tijdelijke afzetting met prikkeldraad en de borden die de joodse wijk aangaven. In andere landen werden getto’s aangewezen, dat zijn wijken waar joden gedwongen werden te wonen.

Als burger heb je nu het recht te wonen waar je wilt en te verhuizen als je dat wilt. Vind jij dit een belangrijk recht?

Joodse artsen ongewenst (5/14)

De nazi’s hanteerden een rassenleer. Volgens deze theorie kon bloed ‘besmet’ zijn wanneer iemand joods was. Hier zie je een maatregel uit februari 1941 die op basis van deze theorie is bedacht: het verbieden van bloed geven door joden. Niet veel later, in mei 1941, mochten joodse artsen ook geen niet-joodse patiënten meer behandelen. Je ziet hier ook een afscheidsbrief van de Amsterdamse huisarts Roos.

De nazi’s bedachten ‘wetenschappelijke’ bewijzen voor hun (politieke) ideologie. Denk jij dat zoiets nu ook nog kan gebeuren? Waarom wel/niet?

Joden worden geweerd uit het openbare leven (6/14)

Gedurende het jaar 1941 werden steeds meer maatregelen ingevoerd die het onmogelijk maakten voor joden om een gewoon leven te leiden. De burgemeester van Zandvoort, bijvoorbeeld, maakte bekend dat het strand en alle cafe’s, op één na, voor joden verboden werden. Bekijk de oproep van de Burgemeester van Haarlem die al in april 1941 veel locaties in zijn stad voor joden verbood. Hier zie je verschillende voorbeelden van deze borden: een bord bij een zwembad en een bord waarop staat dat joden in Zeist zich niet vrij mogen bewegen.

Joden moeten eigendommen inleveren (7/14)

Per 15 april 1941 moesten joden hun radiotoestellen inleveren. Dit was een ingrijpende maatregel omdat de radio een van de belangrijkste communicatiemiddelen was tijdens de bezetting. Je ziet hier een inleverbewijs van een radio van Louis Cortissos. Ook fietsen moesten worden ingeleverd (20 juni 1941), zoals te zien in de oproep in de krant van 23 juni 1941. Je ziet dat de mensen voor het inleveren maar een dag de tijd kregen en dat het verboden was om te helpen. Later dat jaar moesten joden ook hun geld inleveren.

Joodse kinderen moeten naar aparte scholen (8/14)

Vanaf september 1941 mochten joodse kinderen niet meer naar openbare scholen. Er werden speciale joodse scholen opgericht, totdat ook die niet meer mochten bestaan. Hier zie je een klassenfoto van de vijfde klas van de Palacheschool in Amsterdam. Op deze foto dragen de leerlingen een jodenster, dit was vanaf mei 1942 verplicht.

Joden worden steeds verder uitgesloten (9/14)

De nazi’s wilden de contacten tussen joden en niet-joden verbreken en de joden zoveel mogelijk isoleren. Dit zou het makkelijker maken om hen te deporteren en uiteindelijk te vermoorden. Vanaf eind 1941 mogen joden alleen nog handelen en kopen op joodse markten. Ook werd het verboden voor joden om lid te zijn van verenigingen of andere organisaties.

Invoering van de Jodenster (10/14)

In mei 1942 wordt het voor joden vanaf 6 jaar verplicht om een gele Jodenster te dragen. Joden moeten voor de ster betalen en deze zelf op hun kleren naaien. Het Joodsche Weekblad van 15 mei 1942 raadt joden aan de ster zelfs in hun tuin te dragen! Op de foto zie je een jong stel op de Dam in Amsterdam. Een school in Enschede legt de leerlingen op het schoolbord uit hoe de ster geknipt moet worden.

Joden krijgen een oproep voor ‘werkverruiming’ (11/14)

Vanaf de zomer 1942 kregen joden een oproep om zich te melden voor ‘werkverruiming in Duitsland’. Die oproep moet mensen overtuigen dat ze naar een werkkamp zouden gaan. Maar in werkelijkheid gingen ze via doorgangskamp Westerbork naar concentratiekampen. Hier zie je de oproep die een joodse vrouw in Scheveningen kreeg. Joden die zich hadden gemeld en naar Westerbork waren afgevoerd hadden hun huizen achter moeten laten. De verlaten woningen werden in opdracht van de bezetter geplunderd en in beslag genomen. Er zijn enkele foto’s bewaard gebleven waarop het leeghalen van joodse huizen te zien is.

Wat kun je zien op de foto? Wat kun je niet zien? Deze foto is waarschijnlijk in het geheim gemaakt. Kun je bedenken waarom?

Joden worden opgepakt en gevangen gezet (12/14)

De Hollandsche Schouwburg was een bekend theater in Amsterdam. De nazi’s bepaalden in 1941 dat het een joodse schouwburg moest worden. Vanaf dat moment werd er alleen nog opgetreden door joodse artiesten voor een joods publiek. Een jaar later werd diezelfde schouwburg een gevangenis. De ingang werd bewaakt zoals je op de foto kunt zien. Het was het meldpunt voor joden die waren opgeroepen voor ‘werkverruiming’, en de plek waar joden die bij razzia’s waren opgepakt naar toe werden gebracht. Meer dan 46.000 mensen gingen van daaruit op transport naar de kampen Vught of Westerbork. In diezelfde periode probeerden steeds meer joden onder te duiken om aan deportatie te ontkomen. De eerdere registraties en de verbroken contacten met niet-joden maakten dit extra moeilijk. Er stonden strenge straffen op onderduiken, zowel voor de onderduikers als voor de mensen die hen hielpen. Als onderduiker was je volledig afhankelijk van de hulp van anderen. Verraad en uitbuiting lagen op de loer. Families werden van elkaar gescheiden.

Joden worden weggevoerd en vermoord (13/14)

In 1943 werd de situatie steeds grimmiger. Als je als jood geen jodenster droeg, je niet vrijwillig melde voor ‘werkverruiming’ of zonder toestemming ergens anders ging wonen werd je afgevoerd naar een concentratiekamp. Joodse zorginstellingen zoals weeshuizen en ziekenhuizen werden leeggehaald. Er waren grootschalige razzia’s in Amsterdam. Alle joden die in 1943 nog in Nederland waren en zich niet op onderduikplekken schuil hielden werden gedeporteerd naar Westerbork en vandaar naar vernietigingskampen in Duitsland en Polen. Op de foto’s zie je de deportatie van joden bij het Muiderpoortstation in Amsterdam en vanuit kamp Westerbork.

Wat zou er gebeuren als mensen niet zouden gehoorzamen? Op de foto’s zie je mensen die gedeporteerd worden. Wat namen ze mee?

De Holocaust (14/14)

Westerbork was een doorgangskamp in Drenthe. Iedere week, soms tweemaal in de week, vertrokken er treinen met joden naar concentratie- en vernietigingskampen. Er werden 107.000 joden uit Westerbork gedeporteerd. De meeste slachtoffers van de Holocaust uit Nederland werden vermoord in Auschwitz en Sobibór. Dit waren vernietigingskampen, ingericht om zoveel mogelijk joden te vermoorden. Beide kampen lagen in het door Duitsland bezette Polen. Op de foto's zie je het ijzeren treinbord en de ingang van het vernietigingskamp Auschwitz. Van de 140.000 joden die voor de oorlog in Nederland woonden waren er na de bevrijding nog 35.000 in leven. Zij stonden voor de bijna onmogelijke taak om veelal zonder familie, het leven weer op te pakken.

De vervolging van Roma en Sinti

De nazi’s wilden dat er in Duitsland en de bezette gebieden geen joden, Jehova’s getuigen of Sinti en Roma meer zouden zijn. In de ogen van de nazi’s waren de Sinti en Roma als ‘zigeuners’ een inferieur ras. Ook werden zij gezien als onaangepaste mensen of ‘asocialen’.

Op 16 mei 1944 werden op verschillende plaatsen in Nederland razzia's gehouden. 578 Sinti, Roma en reizigers (woonwagenbewoners) werden opgepakt en naar kamp Westerbork gebracht. Drie dagen later werden 245 Sinti en Roma uit kamp Westerbork naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Slechts 31 van hen overleefden de oorlog.